Terug naar hoofdinhoud

Het verhaal van de Bandkeramiek

Impressie van een Bandkeramisch dorpje
Bron: Mikko Kriek

Het verhaal van de Lineaire Bandkeramiek begint zo’n 14.000 jaar geleden in West-Azië, als daar één van de grootste revoluties uit de menselijke geschiedenis plaatsvindt: het ontstaan van de landbouw en de veeteelt. Het zou de bestaanswijze van mensen compleet veranderen.

Door de verspreiding van kennis over het houden van dieren en het verbouwen van gewassen werd de menselijke relatie met de omgeving ingrijpend veranderd: mensen gingen op één plek wonen, bouwden huizen, hielden vee en legden akkers aan. Het was een complex proces waarbij de relaties tussen mensen onderling, tussen mens en dier, en tussen mens en natuur veranderen.

Op de Hongaarse Laagvlakte ontstond rond 5500 v.Chr. op deze wijze de cultuur van de Lineaire Bandkeramiek: een boerensamenleving die geheel was overgestapt op akkerbouw en veeteelt en in grote boerderijen bij elkaar in nederzettingen leefden.

Vanuit de Hongaarse Laagvlakte verspreidden die prehistorische boeren zich langs de rivier- en beekdalen over de lössgronden Europa, van Oekraïne tot aan Noord-Frankrijk. Rond 5.250 voor Christus arriveerden ze ook in Nederland, om precies te zijn in Zuid-Limburg.

Op de vruchtbare löss bouwden ze hun eerste boerderijen en legden ze hun akkers aan als eilandjes in een oerbos. Hun nederzettingen stonden waar nu de Bandkeramiek-gemeentes zijn gevormd: Beek, Maastricht, Meerssen, Sittard-Geleen en Stein.

Impressie van het Bandkeramische dorp dat ooit ten zuiden van Maastricht lag.
Bron: Mikko Kriek

Bron: Rijksmuseum van Oudheden

Bandkeramiek-design

Archeologen noemen deze boerencultuur de ‘Lineaire Bandkeramiek’ of kortweg ‘Bandkeramiek’ en de mensen noemden zij ‘Bandkeramiekers’. Deze naam is geïnspireerd door de prachtige geometrische versieringen met behulp van parallelle lijnen (= lineaire) of banden die ze aanbrachten op hun aardewerken potten.

Deze lijnen of banden vormen een spiraal of een meander, dat was de basisversiering. Door deze motieven te draaien of te spiegelen konden ze talloze variaties maken. De banden werden vaak ingevuld met extra versieringen, zoals puntjes of streepjes. En soms werden er weer symbolen tussen de versieringen gemaakt.

Bron: Paul Maas

De Bandkeramische menukaart

Archeologen vinden in de bodem nog veel resten van de Bandkeramiekers terug, zoals verkoolde zaadjes van granen en zaden en resten van dieren. Zo weten we wat er 7000 jaar geleden op de menukaart van de Bandkeramiekers stond: ze verbouwden de graansoorten emmer, eenkoorn en gerst (voor koolhydraten) om te vermalen om brood en pap van te maken, erwten en linzen (voor eiwitten), lijnzaad (voor vlas) en maanzaad (voor olie en vet).

Koeien, schapen, geiten en varkens werden gehouden voor hun vlees, melk en vacht. Daarnaast speelde de jacht nog een belangrijke rol. Met pijl en boog werd er onder andere gejaagd op herten, everzwijnen en vogels. In de bossen rondom hun dorp zullen de Bandkeramiekers zeker ook eetbare knollen, paddenstoelen, noten en fruit en honing hebben verzameld.

De Bandkeramische gereedschapskist

Archeologen hebben ook de resten gevonden van allerlei gereedschap van vuursteen: schrapers om huiden mee schoon te maken, messen om mee te snijden en sikkels om graan mee te oogsten.

En ook dissels – geslepen stenen bijlen – om bomen mee om te hakken, de grond mee te bewerken of het ontbenen van kadavers. Het slijpen van stenen was een nieuwigheid in de jonge steentijd (Neolithicum), net als het maken van aardewerk en het wonen in boerderijen.

De Bandkeramiekers hadden ook gereedschappen als maalstenen om graan mee te malen, en pijlschrapers om pijlen mee recht te maken.

De Bandkeramiekers waren meesters in vuursteen­bewerking.
Bron: Paul Maas

Bron: ADC Archeoprojecten

Een Bandkeramische maalsteen.

Met de bovenste steen – de loper - werden de graankorrels op de onderste steen – de ligger – tot meel gemalen.

In de Bandkeramische gereedschapskist zullen ook allerlei werktuigen van hout, bot en been hebben gezeten. Helaas vinden archeologen maar heel weinig van deze werktuigen terug, omdat deze organische materialen na verloop van tijd vergaan.

Een eind gehuld in raadselen

De Bandkeramiekers arriveerden rond 5.250 voor Christus. Ongeveer 300 jaar lang floreerde hun cultuur in Limburg. Maar toen – rond het jaar 4.950 voor Christus – verdwenen de Bandkeramiekers . Archeologen vinden er vanaf dat moment geen enkel spoor meer van. Wat is er gebeurd?
Misschien was de landbouwgrond uitgeput of was er een langdurige droogteperiode, waardoor de oogsten niet meer voldoende opleverden om van te leven.

Misschien ontstond er sociale onrust door overbevolking of was er een invasie van vijandige stammen, die dood en verderf hebben gezaaid. Misschien brak er wel een epidemie uit, die de bevolking decimeerde.

Het zijn allemaal plausibele scenario’s, maar de waarheid is dat archeologen gewoonweg (nog) niet weten hoe het komt dat de Bandkeramiek ophield te bestaan. Door onderzoek hopen ze telkens een nieuw puzzelstukje te vinden om dit raadsel op te lossen.

Bron: Paul Maas

Video over de Bandkeramiek-cultuur

In opdracht van het Limburgs Museum in Venlo maakte BIGproductions voor de permanente opstelling (pre-)historie een aantal re-enactment clips van dagelijkse bezigheden in verschillende culturen die ooit in dat stukje Limburg gehuisd waren. Deze compilatie gaat over de bewoners in de jonge steentijd, de eerste boeren, de Bandkeramiek-cultuur.

  • Hoe zij hout hakken,
  • eten koken,
  • ruilhandel drijven,
  • Bandkeramiek maken en
  • hoe ze 's avonds te bed gaan.

samenstelling: Dr. Leo Verhart
productie en regie: Kas van der Linden, BIGproductions, www.bigproductions.nl
camera: Gerrit Jonker
geluid: Jan Olsman
muziek: Ties van der Linden, FonoFactory
montage: Adri Gersen, Beeldlijn, www.beeldlijn.nl